Toeslagenwet

Toeslagenwet

De toeslagenwet (TW) is een sociale voorziening die een aanvulling kan vormen op uitkeringen ingevolge werknemersverzekeringen als WW, ZW, WAO, WIA, en op de Wajong (sociale voorziening). Het basisidee van de TW is het voorkomen van een samenloop van uitkeringen. Denk hierbij aan een samenloop van een WW met een aanvullende uitkering op grond van de Participatiewet (Pw). De uitkering wordt uitgevoerd door het UWV.

Voorwaarden recht op recht op TW

Recht op loondervingsuitkering (WW, ZW, WAO, WAZ, WAJONG, IOW, WAMIL)
Per 01-01-2005 van kracht: recht op loon bij ziekte gedurende het tweede ziektejaar
(gezins)inkomen ligt lager dan bruto relevant sociaal minimum.

Uitzonderingen recht op TW

In de volgende gevallen bestaat er géén recht op TW:

Gehuwden en gelijkgestelden met een partner die geboren is na 31-12-1971, tenzij er sprake is van een kind jonger dan 12 jaar dat tot het huishouden behoort.
Ongehuwden jonger dan 21 jaar die bij hun ouders wonen.

Een aanvraag om TW kan met terugwerkende kracht worden ingediend, tot één jaar vóór de aanvraag. Iemand die na 3 jaar nog TW aanvraagt is dus de eerste 2 jaar kwijt.

Per 1 januari 2016 zijn dit de bruto grondslagen (exclusief vakantietoeslag) per dag:

Gehuwden                                         € 70,10 bruto per dag
Alleenstaande ouders                        miv 1-1-2015 nvt door gewijzigde kindregelingen                      
Alleenstaanden:                                 € 52,67

De TW hanteert dezelfde leefvormen als de Participatiewet. Een brutodagloon van € 70,10 zou dan ook netto (eventueel met maximale heffingskorting minstverdienende partner, al wordt de noodzaak van een aanvullende bijstandsuitkering steeds groter door de afbouw op de heffingskorting) naar een netto bijstandsnorm voor gehuwden moeten leiden.

Hoogte van de TW

In beginsel vult de TW het inkomen aan tot het bruto relevant sociaal minimum rsm), waarmee wordt voorkomen dat een beroep moet worden gedaan op de Pw.

De TW kent echter een maximering, waardoor in een aantal gevallen naast het inkomen en de aanvulling vanuit de TW toch nog een beroep gedaan moet worden op de Pw.

Maximering

De toeslag bedraagt niet meer dan het verschil tussen het dagloon (lees: het vroeger verdiende loon) waarnaar de loondervinguitkering is berekend en de loondervinguitkering (per 01-01-2005 ook loon over 2e ziektejaar).

Voorbeeld

Kees is alleenstaand en ontvangt een WW uitkering naar een dagloon uit dienstbetrekking van € 55,00 bruto. De WW-uitkering bedraagt op dit moment70% van dit bedrag. Kees ontvangt dus een daguitkering van € 38,50 bruto en vraagt bijstand aan want zijn relevant sociaal minimum is € 52,67. De TW vult maximaal aan tot het bruto relevant sociaal minimum (mits iemand ook daadwerkelijk minimaal zijn of haar bruto rsm heeft verdiend!). In dit geval heeft Kees meer verdiend dan zijn toepasselijk rsm, en krijgt dan ook een aanvulling vanuit de TW van 38,50 (WW) tot 52,67 zijnde zijn bruto rsm. Geen recht op Pw  dus. Twee maanden later gaat Kees samenwonen met zijn werkloze vriendin, en samen vragen zij bijstand aan. Nu geldt een ander rsm, namelijk dat van gehuwden zijnde € 70,10. Kees vraagt een verhoging op zijn TW aan. Uwv kijkt naar het nieuwe rsm dat geldt voor Kees en partner. Dan kijkt Uwv naar het laatst verdiende bruto dagloon uit werk van Kees zijnde € 55,00.

Uwv vult aan van € 38,50 tot aan…€ 55,00, terwijl er € 70,10 nodig is om geen Pw nodig te hebben! De toeslag bedraagt immers niet meer dan het verschil tussen het dagloon (lees: het vroeger verdiende loon) waarnaar de loondervinguitkering is berekend en de loondervinguitkering.

Hoogte loondervingsuitkering

In beginsel is de loondervinguitkering 70 % van het laatst genoten loon (dagloon).

Per 01-10-2006 bedraagt de WW-uitkering in de eerste 2 maanden 75 % van het dagloon, daarna 70 %.

Mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering van 80-100% krijgen met ingang van 1 juli 2007 een uitkering van 75 % van het dagloon.

Bij de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen is de hoogte van de loondervinguitkering dus niet alleen afhankelijk van het dagloon, maar ook van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Herkennen TW als voorliggende voorziening

Zoek in het Pw-dossier naar beschikkingen, specificaties, hoogte van kortingsbedragen e.d. en probeer te achterhalen of ten onrechte geen TW is aangevraagd.

Let op: Ook bij lopende Pw-uitkeringen kan door het wegvallen van één van de uitzonderingssituaties voor het recht op TW, ineens echt op TW ontstaan. Wees daar dan attent op en vraag TW aan.

Voorbeeld

Een mooi voorbeeld is een stel dat een uitkering op grond van de Pw komt aanvragen en waarvan de man een Wajong ontvangt. De vrouw is geboren na 31-12-1971 en bij de claim is hier naar gekeken en vastgesteld dat er geen recht is op TW omdat er geen kind onder de 12 behorend is tot het huishouden.

Dit koppel komt in de (aanvulling) Pw en aangezien de vrouw door omstandigheden een ontheffing heeft van de arbeidsverplichtingen hebben zij een relatief rustig bestaan in de Pw. Nu wordt er een kind geboren en is er recht op TW!!! De klant geeft de geboorte correct door. Maar wie let op het TW recht?

Kostendelersnorm in de toeslagenwet

Vanaf 1 juli 2016 komt er een leefsituatie bij in de toeslagenwet.

De alleenstaande-woningdeler. Ingaande 1 juli 2016 wordt het relevant sociaal minimum voor alleenstaanden met medebewoners die onder de kostendelersnorm vallen dan 65% van het minimumloon. Het maakt hier niet uit of er 1 of meerdere kosten delende medebewoners zijn.

Het geldende relevant sociaal minimum van de alleenstaande-woningdeler zal tot aan 1 januari 2019 een afbouw kennen:

  • Per 1 januari 2017 ongeveer 60% van het wettelijk minimumloon.
  • Per 1 januari 2018 ongeveer 55% van het wettelijk minimumloon.
  • Per 1 januari 2019 ongeveer 50% van het wettelijk minimumloon

De uiteindelijke afbouw naar 50% hangt samen met de hoogte van de kostendelersnorm zoals die bekend is in de Participatiewet.

Bron: toeslagenwet, UWV site