Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa)

Sinds 1 januari 2013 is de ‘Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters’ van kracht. Het doel is om ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid van tijdelijke werknemers terug te dringen.

De overheid voert sinds de jaren '90 een actief beleid om de kosten van ziekteverzuim terug te dringen. De overgrote meerderheid van de maatregelen is gericht financiële prikkels voor  werkgevers en werknemers om deze actiever te maken om ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid te voorkomen en terug te dringen.

Een kort overzichtje van ingevoerde wet en regelgeving van de laatste 20 jaar:

  • Wet terugdringing ziekteverzuim 1994
  • Wet uitbreiding loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 1996
  • Wet Verbetering Poortwachter 2002
  • Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2004

Omdat de instroom in de WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) hoger bleek te zijn dan verwacht, en met name de instroom van vangnetters verhoudingsgewijs veel groter was dan verwacht is de Wet BeZaVa in het leven geroepen.

Wie vallen onder het Vangnet Ziektewet?

Binnen het vangnet kunnen twee groepen worden onderscheiden:

1)  Ziektewet-gerechtigden met werkgever;
2)  Ziektewet-gerechtigden zonder werkgever.

De groep met werkgever bestaat uit:
- Orgaandonoren;
- Vrouwen met zwangerschaps- en zwangerschapsgerelateerde klachten;
- Personen met een arbeidsgehandicaptenstatus (met aanspraak op No riskpolis art. 29b ZW).

De groep zonder werkgever kunnen we onderverdelen in:
- Zieke uitzendkrachten, oproepkrachten en werklozen;
- Zieke werknemers met een tijdelijk contract dat niet is verlengd;
- Zieke werknemers van wie de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd is beëindigd.

  • De maatregelen in de nieuwe wet hebben alleen betrekking op de tweede groep.

De tweede groep vormt een probleem omdat er geen werkgever is die direct contact heeft met werknemer en re-integratiemogelijkheden kan bieden (1ste spoor of geleidelijke terugkeer in eigen werk). Daarnaast spelen er binnen de vangnetpopulatie zonder werkgever dikwijls sociale problemen een rol. De nieuwe wet regelt dat er meer prikkels komen voor de vangnetters, werkgevers en uitvoerders om het ziekteverzuim terug te dringen.

Maatregelen Wet BeVaZa

De hoofdlijnen van de maatregelen in de nieuwe wet zijn:

Algemeen geaccepteerde arbeid
De Ziektewet moet meer gericht zijn op activering in arbeid. Daarom is het Ziektewet-criterium gewijzigd. Nu kan een werknemer aanspraak maken op een uitkering als hij ‘zijn eigen arbeid’ niet kan uitvoeren. Dit wordt vanaf het tweede ziektejaar vervangen door het begrip ‘algemeen geaccepteerde arbeid’. Deze aanpassing zorgt ervoor dat na 52 weken ziekte er een beoordeling plaats vind gericht op het kunnen uitvoeren van algemeen geaccepteerde arbeid.  Dit betekent dat indien een nieuwslezer zijn stem kwijt is en om die reden (tijdelijk) zijn eigen arbeid niet meer kan uitvoeren na 52 weken ziekte wel geschikt geacht kan worden voor andere functies waarbij zijn belemmering geen of veel minder een rol speelt.

Invoering van een arbeidsverledeneis
De hoogte van de ZW-uitkering wordt gekoppeld aan het arbeidsverleden. Eerst ontvangt een werknemer een loongerelateerde uitkering. Daarna wordt het ziekengeld verlaagd naar 70% van het minimumloon. De totale duur is maximaal 104 weken ziekengeld. In het regeerakkoord is opgenomen dat de prikkel voor werknemers, de invoering van een arbeidsverledeneis, vooralsnog is uitgesteld.

Financiële prikkels voor werkgevers
Vanaf 2014 wordt een premiedifferentiatie voor middelgrote en grote werkgevers in de Ziektewet en de WGA (Werkhervattingsregeling gedeeltelijk arbeidsgeschikten) voor flexwerkers ingevoerd. Grote werkgevers zijn financieel verantwoordelijk voor de Ziektewet en de WGA-lasten van de ZW-vangnetters indien zij na ziekte in de Ziektewet en de WGA instromen. Voor middelgrote werkgevers wordt de premie op eigen Ziektewet- en WGA-instroom en op sectorale schadelasten gebaseerd. Kleine werkgevers gaan een sectoraal bepaalde premie betalen en worden dus niet direct op hun eigen instroom afgerekend.
- Convenant uitzendbureaus en UWV. Uitzendbureaus moeten samen met het UWV werken aan het beperken van langdurig ziekteverzuim en aan een snelle plaatsing in passende arbeid.
- Maatregelen gericht op effectievere re-integratie. De re-integratie- en sollicitatieverplichtingen voor vangnetters worden aangescherpt. De maximale periode van proefplaatsing wordt verruimd tot zes maanden.

Eigenrisicodragerschap
Het is de bedoeling om per 2016 tot een hybride stelsel te komen, waarbij de werkgever voor zowel de Ziektewet als de WGA een keuze moet maken tussen:
- Publieke verzekering met premiedifferentiatie bij het UWV (het UWV kijkt voor het vaststellen van de premie per 1 januari 2014 naar de WGA-schadelast uit 2012);
- Eigenrisicodrager worden, waarbij de werkgever de mogelijkheid heeft om hiervoor een private verzekering af te sluiten.

De feiten rondom de invoering van deze Wet

Per 1 januari is de Wet beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid Vangnetters (Bezava) in werking getreden. Deze wet kent een aantal financiële prikkels voor de zogenaamde vangnetpopulatie – werknemers die ziek zijn (geworden) bij einde contract. Voor werkgevers met veel arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, kunnen de financiële gevolgen aanzienlijk zijn. Dat zijn met name de uitzendwerkgevers, maar zeker niet uitsluitend. Het aantal dienstverbanden voor bepaalde tijd is de laatste jaren namelijk sterk toegenomen.
De Wet Bezava wordt gefaseerd ingevoerd in 2013, 2014 en 2016.

Per 1-1-2013:
• gewijzigde berekening van de publieke ZW-premie (voor de uitzendsector een stijging van 2.89% in 2012 naar 5.24% in 2013 (stijging van 81%);
• aanpassing ziektewetcriterium: na 1 jaar beoordeling op alle gangbare en passende arbeid;
• mogelijkheid om als branche convenanten met UWV af te sluiten;
• mogelijkheid van een proefplaatsing zonder loonbetaling van maximaal 6 maanden (was maximaal 3).

Per 1-1-2014:
• duur van de loongerelateerde uitkering wordt beperkt en is afhankelijk van het arbeidsverleden¹;
• invoering van een volledig gedifferentieerde ZW-premie voor werkgevers met > 100 werknemers en gedeeltelijk gedifferentieerd voor werkgevers met 10-100 werknemers;
• idem voor de WGA-premie voor vangnetters.

Per 1-1-2016:
• WGA voor vaste werknemers en WGA voor vangnetters wordt één polis;
• werkgevers hebben de keuze om deze polis privaat of publiek af te sluiten (nu is dat alleen mogelijk voor WGA vaste werknemers).

¹ Sociale partners hebben de mogelijkheid alternatieven aan te bieden, mits de beoogde bezuiniging wordt gerealiseerd